In de onderstaande link vindt u onze meerjarenplanning voor de regionale regie sociale economie 2020-2025, vertrekkend vanuit een omgevingsanalyse.

 meerjarenplanning_regie_sociale_economie_regio_zwvl_2020-2025.pdf

In de uitgebreide tabel in onderstaande link vindt u een duidelijke vertaling van het actieplan naar concrete acties met daaraan gekoppelde indicatoren en timing.

actieplan_regierol_sociale_economie_zwvl_2020_-_2025.pdf

 

Meer weten? Contacteer wouter.dumolein@welzijn13.be

 

DE REGIONALE REGIE SOCIALE ECONOMIE 2020-2025

 

 

Inhoud

1.    Inleiding

Regie Sociale Economie in Zuid-West-Vlaanderen

2. Omgevingsanalyse Sociale Economie Zuid-West-Vlaanderen

Arbeidsmarktkrapte

Tewerkstellingscijfers

Werkloosheidcijfers

3. Actieplan Regionale Sociale Economie 2020 - 2025 voor Zuid-West-Vlaanderen

3.1. Inleiding

3.1.1. Regie?

3.1.2. Regionaal?

3.1.3. Regionale regie

3.2. Regie Sociale Economie in meerjarenplanning W13

3.3.  Actieplan met concrete pijlers

3.3.1. Netwerking op het grondgebied stimuleren

3.3.2. De lokale sociale economie verder uitbouwen

3.3.3.  Het maatschappelijk verantwoord ondernemen bevorderen

3.4. Actieplan concreet

4. Conclusie

 

1.   Inleiding: Regie sociale economie in Zuid-West-Vlaanderen

De Zuid-West-Vlaamse sociale economie organisaties kennen al een sterke traditie van samenwerken en hebben zich al een hele tijd terug verenigd in een regionaal overleg sociale economie (ROSE). In de voorbije periode werd de regierol vanuit W13 gefaciliteerd. De regisseur zette zich ten volle in om de lokale sociale economie verder uit te bouwen, netwerkmomenten te organiseren, gemeenschappelijke doelen na te streven, beleid op te volgen, de link met de lokale besturen sterker maken,… We willen deze expertise behouden en versterken en willen ook in volgende periode de regie sociale economie vanuit W13 verderzetten.

 

Dit actieplan voor de regierol 2020-2025 is er niet gekomen vanuit de regisseur sociale economie alleen, maar is het resultaat van een sterke samenwerking van ROSE. De maatwerkbedrijven, LDE- organisaties, Arbeidszorginitiatieven en andere partners zoals de STAM, provincie, … bundelden hun krachten en stellen dit actieplan voorop als leidraad voor de komende 6 jaar. De goede samenwerking behouden, uitbreiden en enten op een veranderende (arbeid)markt blijft een uitdaging voor de regio. De regie sociale economie verder zetten vanuit W13 voor de hele regio Zuid-West-Vlaanderen is dan ook het beoogde resultaat van deze oproep.

 

Hieronder willen wij verduidelijken waarom en hoe we de regie sociale economie de volgende periode van 2020-2025 zullen aanpakken. Maar vooraleer we voorstellen rond welke acties we zullen werken in regio Zuid-West-Vlaanderen is het belangrijk om de huidige context te schetsen.

 

2.   Omgevingsanalyse Sociale Economie Zuid-West-Vlaanderen

Anno 2019 was er in Vlaanderen nog nooit zo weinig werkloosheid. De werkzaamheidsgraad is hoog, het aantal werkzoekenden is historisch laag. Helaas is er ook een keerzijde aan de medaille. Door de krappe arbeidsmarkt wordt het telkens moeilijker en moeilijker voor de werkgevers om de juiste arbeidskrachten te vinden. Werkgevers zijn op zoek naar de witte raven, maar hebben steeds meer moeite om deze te vinden. Dit is een signaal dat we vanuit de reguliere arbeidsmarkt krijgen, maar ook vanuit de sociale economie, waar we merken dat de instroom van nieuwe werknemers op verschillende vlakken een uitdaging is. De arbeidsmarktkrapte is een bedreiging van onze welvaart vandaag, zeker omdat verschillende factoren zoals vergrijzing deze krapte structureel kunnen maken. Gelukkig zien we ook uitdagingen en onbenutte kansen. We geloven in een regionale samenwerking om gemeenschappelijke uitdagingen in de (sociale) economie het hoofd te bieden.

 

De sociale economie is sinds jaar en dag bezig met het versterken van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, geeft hen kansen en biedt werk op maat. Hier huist dan ook zonder twijfel nog meer potentieel voor de reguliere economie om dichter bij elkaar te groeien en de uitdaging van arbeidsmarktkrapte mee het hoofd te bieden. Hieronder een cijfermatig onderzoek en trendanalyse voor de regio Zuid-West-Vlaanderen.

 

 2.1. Arbeidsmarktkrapte

 

Cijfers

De arbeidsmarktkrapte is vandaag de dag historisch groot. Werkgevers komen in moeilijkheden omdat ze niet meer het juiste personeel vinden. De toenemende vergrijzing maakt van dit probleem iets structureel. Dit kan voor mogelijk economische negatieve gevolgen zorgen. Vooral in West-Vlaanderen zien we de grootste spanningsratio tussen vraag en aanbod van werk. De spanningsratio wordt gemeten als het aantal niet-werkende werkzoekenden per openstaande VDAB-vacature. Eind 2019 zijn nog ongeveer 2 werkzoekenden per vacature in de provincie (in 2014 waren dit er nog meer dan 8)!

 

 

 

Het rapport Arbeidsmarktkrapte vanuit het departement WSE (2019) ontwaart twee grote oorzaken van de stijgende arbeidsmarktkrapte. Zonder al te veel in detail te treden zien we dat enerzijds door de vergrijzing een grotere uitstroom dan instroom is van geschoold personeel. Gekoppeld aan een sterke digitalisering en automatisering die vooral de jobs voor laaggeschoolde krachten verdringt, zorgt dit potentieel voor enkele structurele problemen: Een stijgende inflatie, productiviteitsverlies, achteruitgang in internationale economische concurrentiepositie, vertraging van de werkgelegenheidsgroei, een welvaartstaat onder druk, de rem op productie, een tekort aan geschoolde krachten, verminderde concurrentiekracht, minder innovatie bij ondernemers en bedrijven, jobverlies, lagere werkbaarheid, meer jongeren zonder diploma… (rapport arbeidsmarktkrapte WSE, 2019). Redenen genoeg om extra in te zetten op acties om mensen te activeren.

 

Het onderzoek van WSE ontwaart zes actieterreinen om in tegemoet te komen aan deze arbeidsmarktkrapte

1.    Inclusiever activeren

2.    Kwaliteitsvol informeren over de arbeidsmarkt

3.    Inzetten op vaardigheden

4.    Meer halen uit digitalisering

5.    Werken aantrekkelijker maken

6.    Mobiliteit stimuleren: tussen jobs, tussen regio’s en tussen landen

 

Dit wordt bevestigd in de beleidsnota Werk en Sociale Economie 2019-2024 waarin 3 grote strategische doelstellingen worden voorop geschoven:

1.    Meer mensen aan het werk

2.    Sterkere loopbanen binnen een stimulerend leerklimaat

3.    Veerkrachtige ondernemingen in een toekomstbestendige arbeidsmarkt

 

Rol van sociale economie

De zes actieterreinen die het onderzoek van WSE ontwaart zijn manieren om aan de ambities wat betreft werk van de nieuwe Vlaamse regering te werken. Wij zien veel kansen voor de sociale economiebedrijven.

 

2.2. Tewerkstellingscijfers

Tewerkstelling is – zo wordt algemeen aangenomen – een belangrijke voorwaarde voor een menswaardig en geïntegreerd leven. Tewerkstelling biedt immers niet alleen een inkomen, maar ook sociale contacten, zingeving, status, … Maar niet iedereen kan zomaar aan de slag in het normaal economisch circuit of de reguliere economie. Voor sommige mensen is de afstand tot zo’n reguliere betaalde tewerkstelling (tijdelijk) te groot, en voor die mensen vormt de sociale economie een antwoord. Door vanuit een bedrijfsrealiteit een tewerkstelling op maat van de mogelijkheden van de mensen aan te bieden, helpt ze hen verder groeien als mens en zo mogelijk als werknemer.

 

 

2.2.1. Participatieslang

 Afstand tot de arbeidsmarkt wordt vaak voorgesteld door middel van de participatieladder/participatieslang, een instrument dat aangeeft hoever mensen zich van een niet ondersteunde betaalde tewerkstelling bevinden. Onderstaande figuur geeft de verdeling weer specifiek voor regio Zuid-West-Vlaanderen voor 2018 met cijfers van 2017.

 

 

 

 

Maatregel

West-Vlaanderen

 

Zuid-West-Vlaanderen

INWONERS 15 – 64 jaar

Totaal

 

740 217

182 104

Trede 6: Betaald werk

Totaal

 520 236

 128 539

 

 

 

 

Trede 5: Betaald werk met ondersteuning

Totaal

44 672

13 463

 

SINE

1459

590

 

LDE

291

130

 

Collectief maatwerk

5804

2423

 

 

 

 

Trede 4: Tijdelijke activerende trajecten

Totaal

10 740

2362

 

TWE

 Geen info

Geen info

 

Werkplekleren en werkplekinstrumenten

7744

1940

 

PWA / Wijk-werken (juli 2019)

1530

468

 

 

 

 

Trede 3: Arbeidsmatige activiteiten onder begeleiding

 

Totaal

1309

445

 (Bron: regio participatieladder POM 2017)

 

Conclusie: Zuid-West-Vlaanderen scoort heel hoog in cijfers ihkv tewerkstelling en arbeidsparticipatie in 2017. De regionale aanpak heeft dus zeker een grote meerwaarde.

Waar scoren we niet het hoogst:

·         Gesco (= uitdovende maatregel)

·         Sociale werkplaatsen (2 personen verschil met regio Brugge)

·         WES (werkervaringsstage, 7 personen verschil met Regio Oostende)

·         Opleidingsstage ( 1 persoon verschil met regio Brugge)

·         IBO (72 personen verschil met regio Brugge)

 

 2.2.2. Arbeidsmarktinfo

Jobratio

 

De jobratio is: het aantal jobs per 100 inwoners op arbeidsleeftijd

Sept 2019

Vlaanderen

West-Vlaanderen

Zuid-West-Vlaanderen

# werkenden per 100 inwoners (in pct)

71.7

76.7

81.3

(Bron: Arvastat, sept 2019)

 

In de periode 2006-2017 is de jobratio in Zuid-West-Vlaanderen gestegen met +5,1%. Deze stijging ligt lager dan +6,5% in West-Vlaanderen en +5,7% in het Vlaams Gewest. Hiermee heeft de regio een stuk van zijn voorsprong moeten inleveren, al is deze minder sterke stijging onder meer te wijten aan de hoge jobratio die de regio al in 2006 optekende (RESOC Zuid-West-Vlaanderen & POM Zuid-West-Vlaanderen, 2018; Arvastat, 2019).

 

  

2.3. Werkloosheidcijfers

 

 

 

 

Bovenstaande cijfers geven de toestand weer van het aantal niet werkende werkzoekenden in september 2019. Zoals bijna overal in Vlaanderen (behalve regio Oostende) blijft het aantal werkzoekenden dalen. Voor regio Zuid-West-Vlaanderen zijn hier enkele opmerkingen te maken:

 

Jeugdwerkloosheid:

·         In Zuid-West-Vlaanderen ligt het aandeel jeugdwerklozen (jongeren tot 25 jaar) met 28,8% het hoogst in vergelijking met West-Vlaanderen (26,6%) en het Vlaams Gewest (22,2%) (Arvastat, 2019).

·         We zien het aantal leefloondossiers bij mensen jonger dan 25 jaar blijft stijgen (ondanks het gunstig economisch klimaat). Waar in 2009 in Vlaanderen 27 279 leefloners jonger dan 25 waren, zijn dat er in 2019 bijna 48 500 (cijfers van https://stat.mi-is.be).

 

Mensen met een migratie-achtergrond:

·         De enige doelgroep in werkloosheid die hier (en overal in Vlaanderen) gestegen is, is het aantal mensen met een migratie-achtergrond. Blijkbaar volstaan de huidige inspanningen niet om deze mensen toe te leiden naar de arbeidsmarkt.

 

Oudere werkzoekenden:

·         We zien een minder snelle daling van werkzoekenden die ouder zijn dan 55 jaar.

 

Mensen met een arbeidsbeperking:

·         Bij navraag bij VDAB krijgen we de volgende cijfers voor eind 2018 als het gaat over mensen met het advies maatwerk of LDE die momenteel nog werkloos zijn.

·         Voor regio Zuid-West-Vlaanderen gaat het in het totaal over 417 mensen die het ticket maatwerk / LDE kregen maar dus niet op de gepaste plaats terecht zijn gekomen.

 

 

Er zijn wel degelijk nog een aantal mensen die momenteel nog niet actief deel uit maken van onze arbeidsmarkt. De vraag is hoe we deze mensen beter kunnen betrekken op de arbeidsmarkt en welke rol de sociale economiebedrijven hierin kunnen spelen.

 

Trendmatig onderzoek:

Groei van inwoners

De regio telt op 1 januari 2019 319 114 inwoners. De lichte groei ten opzichte van de afgelopen 10 jaar is te danken aan een natuurlijke groei, maar vooral aan een positief migratiesaldo. Deze evolutie is duidelijk bij de bevolkingsgroep van 25 tot 29 jaar. Zuid-West-Vlaanderen trekt duidelijk meer jongeren aan, maar tegelijk neemt ook de oudere bevolking toe (RESOC Zuid-West-Vlaanderen, 2018).

 

Vergrijzing

De vergrijzing in Vlaanderen neemt sterk toe: tussen 2017 en 2027 wordt een stijging van het aantal 65-plussers van meer dan 22% verwacht (een sterkere groei dan in de voorbije 10 jaar +18%). In Antwerpen, Gent, de rand van Brussel en Zuid-West-Vlaanderen is de stijging het zwakst (Statistiek Vlaanderen, z.j.). Ondanks de zwakkere stijging wordt Zuid-West-Vlaanderen eveneens geconfronteerd met de gevolgen van de vergrijzing waardoor de zorgvraag in de regio toeneemt.

 

De uitdaging in de zorgsector.

Er zijn in West-Vlaanderen meer dan 54 000 mensen tewerkgesteld in de zorgsector, dat is evenveel als in de metaal-, machinebouw-, textiel- en voedingsindustrie samen. Volgens een studie van Agoria zullen er tegen 2030 in Vlaanderen ongeveer 105 000 vacatures zijn in de zorgsector als gevolg van de stijgende vraag aan geschoold personeel (roadshow.west4work.be, oktober 2019). Tegelijk zien we dat er veel 50plussers tewerk gesteld zijn in de zorgsector, deze zogenaamde babyboomers stromen sneller uit dan dat er nieuwe mensen instromen. Er komt dus een nijpend tekort in de social profitsector.

 

 

 

 

 

In de afbeelding van de participatieslang zoals eerder getoond, vinden we de meest recente info terug van Zuid-West-Vlaanderen

Binnen de regie sociale economie in Zuid-West-Vlaanderen willen we focussen op de activiteiten die zich situeren op treden 3 t.e.m. 5. Hierbij willen we prioritair aandacht hebben voor die werkvormen en organisaties die ook door het Vlaamse Departement Werk en Sociale Economie als tot de Sociale Economie behorend worden benoemd, we onderhouden goeie contacten met de andere actoren die hier actief zijn.

Het is hierbij niet onbelangrijk om ook even stil te staan bij het feit dat sociale economie bijdraagt aan de economische verankering van ondernemingen die meerwaarde creëren, zoals vastgesteld in de studie ‘Verankeringswaarde maatwerkbedrijven’ van de POM West-Vlaanderen van oktober 2016

 

3.   Actieplan Regionale Sociale Economie 2020 - 2025 voor Zuid-West-Vlaanderen

3.1.1. Regie?

De Vlaamse overheid geeft de lokale besturen een regierol op het vlak van de sociale economie. Die bevoegdheid is vastgelegd in het Ondersteuningsdecreet. Het is vanuit deze regierol dat dit Actieplan ROSE wordt gefaciliteerd en opgevolgd. De Vlaamse overheid geeft in de projectoproep 20-25 opnieuw impuls aan intergemeentelijke samenwerkingsverbanden om:

a)        Het lokaal netwerk sociale economie te versterken – netwerkevent.

b)        De lokale sociale economie verder uit te bouwen.

c)        Jaarlijks te investeren in maatschappelijk verantwoord te ondernemen (MVO).

 

Daarmee onderstreept het Vlaamse beleid met betrekking tot sociale economie het belang van de gemeenten als belangrijke partners bij het detecteren van lokale noden en ontwikkelen van een lokale beleidsvisie en acties daarrond.

 

Als regisseur is het niet noodzakelijk de bedoeling om zelf te doen, maar om te faciliteren, te adviseren en te laten doen. Loskomend van je eigen organisatie, vanuit een visie richting een ideale of gewenste situatie door middel van diverse instrumenten.

 

3.1.2. Regionaal?

De Vlaams Regering heeft met haar Vlaamse Beleidsprioriteiten 2014-19 al duidelijk de wens uitgesproken om die regie van de lokale sociale economie op regionale schaal te organiseren.  Ook in het huidige nota van de minister wordt dit naar voor geschoven.

Steden en gemeenten zijn bereid te investeren in lokale sociale economie, maar missen vaak de ervaring, kennis, en schaalgrootte (zowel langs vraag als aanbodszijde). Daarom kunnen steden en gemeenten een ondersteuning krijgen van de Vlaamse overheid voor het ontwikkelen en uitoefenen van hun regierol. … Omdat schaalgrootte een essentiële factor is, wordt via die ondersteuning de intergemeentelijke samenwerking gestimuleerd.

 

Naast de insteek van de Vlaamse Regering spelen ook andere meer praktische overwegingen om regionaal samen te werken:

-        Het is een goeie schaal om kennis te verzamelen, expertise op te doen en deze te delen. Aanspreekpunten zijn bereikbaar, voldoende nabij en bekend met de situatie: actoren, relaties, gebeurtenissen en op een haalbare schaal en aanvaardbare afstand kan zoeken naar oplossingen.

-        De vaak noodzakelijke samenwerking – bijvoorbeeld in het kader van subsidie of projectdossiers – kan nog op een efficiënte manier, met beperkte verplaatsingstijden en een korte leercurve (we verliezen niet veel tijd aan het leren kennen van elkaar, elkaars organisatie en elkaars werking).

-        De regio biedt ook meer mogelijkheden om een voor iedereen bereikbaar/passend aanbod te organiseren. We moeten er immers rekening mee houden dat niet alle doelgroepmedewerkers even mobiel zijn, maar evenzeer dat we niet alle aanbod in elke gemeente kunnen aanbieden. Dit zowel omwille van de vereisten van die werkvormen op vlak van werving van klanten en medewerkers en de mate waarin die beschikbaar zijn, als omwille van Vlaamse contingentering (inschakelingstrajecten worden toegekend binnen het contingent van de Vlaamse financieringsenveloppe).

 

3.1.3. Regionale regie

Missie

We optimaliseren de integrerende en emanciperende kracht van zinvol werk in Zuid-West-Vlaanderen en streven naar een continuüm van werkplekken om de tewerkstellingskansen voor kansengroepen in de sociale en de reguliere economie te verhogen. Op die manier werken we actief aan een match tussen vraag en aanbod van werk in onze regio.

 

Visie

“De doelgroep staat centraal”.

W13 regisseert de sociale economie in Zuid-West-Vlaanderen: sociale ondernemers en sociale economie ondernemers worden ondersteund zodat zij hun rol kunnen opnemen binnen een continuüm van werkplekken; activeringsinspanningen van OCMW’s worden afgestemd en kwalitatief versterkt en de verbindingen met het normaal economisch circuit (NEC) worden gelegd en/of versterkt. W13 doet hiervoor beroep op experten groep ROSE waarin er ook vertegenwoordigers vanuit het NEC zetelen. Als er keuzes gemaakt moeten worden, geldt de verwachte impact voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt als toetssteen.

 

3.2. Regie Sociale Economie in meerjarenplanning W13

Als welzijnsvereniging (voormalige OCMW-vereniging) voert W13 een gemeenschappelijk welzijnsbeleid voor de hele regio. Concreet gaat dit over de thema’s zorg, wonen, armoede en werk. Binnen W13 zet team Werk zich in om verschillende strategische doelstellingen te halen. Ook de regisseur sociale economie maakt deel uit van dit team Werk en probeert op deze manier maximum verbinding te hebben met het activeringsbeleid van de regio. Wij zijn ervan overtuigd dat de regie sociale economie inbedden in het regionaal verhaal een grote meerwaarde kan betekenen voor alle partners, zowel voor de bedrijven als voor de werknemers en werkzoekenden in de regio.

Ook W13 heeft eind 2019 haar meerjarenplanning ingediend voor de volgende beleidsperiode.  Hierin lezen we onder meer:

 

·         OD2 W13 en de deelgenoten engageren zich, om samen met andere relevante partners, in te zetten op armoedebestrijding en de bestrijding van bestaansonzekerheid in Zuid-West-Vlaanderen.

      • AP05 Flankerende maatregelen : W13 zet in op flankerende maatregelen in het kader van armoedebestrijding en bestrijding van bestaansonzekerheid.
      • AP06 Wegwerken drempels : W13 zet regionaal in op het wegwerken van drempels voor mensen in een kwetsbare situatie.

 

·         OD3 W13 zet in op geïntegreerde brede begeleiding voor de aanpak van armoede en bestaansonzekerheid bij de inwoners van Zuid-West-Vlaanderen.

      • AP10  Tewerkstelling : W13 bundelt de krachten in de regio om ook voor mensen in een kwetsbare situatie gepaste tewerkstelling te vinden.

 

·         OD4 W13 zet in op genetwerkt leren.

      • AP12  Expertiseopbouw : Om de kwaliteit van de dienstverlening optimaal te houden en te verhogen wordt voortdurend ingezet op expertiseopbouw en het delen van die expertise.

 

·         OD5 W13  is een daadkrachtige en innoverende organisatie.

      • AP13  Interne externe processen : W13 bouwt de interne en externe processen verder uit in functie van een professionele organisatiebeheersing.

 

Veel van deze zaken zijn natuurlijk ook terug te vinden in het actieplan van de regionale regio dat we hieronder presenteren.

 

3.3.  Actieplan met concrete pijlers.

3.3.1. Netwerking op het grondgebied stimuleren.

Samenwerking tussen sociale economiebedrijven onderling versterken; een geoptimaliseerde ROSE werking.

De werking van ROSE, het Regionaal Overleg Sociale Economie Zuid-West-Vlaanderen, kreeg de afgelopen jaren organisch vorm. Aan de vooravond van de nieuwe periode 2020- 2025 bestaat het overlegorgaan ROSE uit verschillende deelwerkingen;

 

•        Algemene ROSE vergadering.

Trimestrieel komt deze vergadering samen om de belangen van de spelers in regionale sociale economie met elkaar te bespreken. Er zijn afgevaardigden van zowel SEC, NEC als de sociale partners. Ook andere regionale spelers zijn uitgenodigd aan de tafel.

 

•        De Actiegroep ROSE.

Deze kleinere groep bereidt agendapunten voor voor de AV van ROSE. Hier worden concrete acties uitgewerkt.

 

•        LDE-fabriek.

Soms is de ROSE vergadering te algemeen voor specifieke thema’s als LDE. Een kleinere werkgroep met alle LDE-organisaties van de regio komt om de… samen.

 

•        AZ-fabriek.

Naar analogie van de LDE-fabriek is ook een specifieke werkgroep voor arbeidszorg opgericht in de regio.

 

•        Ad-hoc werkgroepen.

Afhankelijk van de thema’s die op tafel komen te liggen organiseren we werkgroepen die dieper focussen op uitdagingen waar we in de regio mee aan de slag willen.  Zo loopt bijvoorbeeld momenteel de werkgroep RASE (Regionale Actie Sociale Energie) waarin een aantal SE-organisaties leren van elkaar op vlak van inspanningen omtrent duurzaamheid en energie.  (zie ook MVO actie)

 

De komende jaren willen we voldoende aandacht blijven hebben voor de relevantie van onze manier van werken. Levert het concreet resultaat op voor de sociale economie en diens doelgroepmedewerkers? Het is cruciaal dat ROSE ruimte en een klimaat creëert voor samenwerking rond bestaande en nieuwe uitdagingen. Primordiaal daarbij is de kans om elkaar te ontmoeten en uit te wisselen.

Vanuit W13 en de RVB van W13 is ondertussen een groot vertrouwen gegroeid tegenover de werking van ROSE en de Actiegroep.  Actiegroep/ROSE bepaalt de inhoud van de agenda.  W13 faciliteert de Actiegroep en ROSE.  Omgekeerd neemt W13 de agendapunten van ROSE mee in de overlegstructuren en samenwerkingsverbanden waar het deel van uitmaakt en is er de bereidheid om bepaalde thema’s te agenderen op de RVB W13 indien wenselijk. Afhankelijk kan dit gebeuren door de regisseur, W13 of mensen van de Actiegroep zelf.  De RVB kan ook steeds een vraag richten aan ROSE/Actiegroep. 

 

3.3.2. De lokale sociale economie verder uitbouwen.


We maken het netwerk sociale economie sluitend.
Samenwerking tussen sociale economie en reguliere bedrijven (SE - NEC).

 

Er is maar één economische ruimte. Alle bedrijven opereren dus in diezelfde ruimte, ongeacht hun eerder economische of meer sociale focus. Een goeie samenwerking is echter in ieders voordeel. Ze kunnen functioneren als elkaars klanten en leveranciers, maar hebben elkaar ook heel wat te bieden om samen volledige loopbanen en werkbaar werk te realiseren. Het is wenselijk de wederzijdse bekendheid te vergroten en de mogelijkheden tot samenwerking onder de aandacht te blijven brengen.

 

Een sterkere band tussen lokale besturen en sociale economie.

 

a.        Samenwerkingskader lokale besturen – Lokale Diensten Economie (LDE).

 

De lokale diensteneconomie bezet een specifiek segment binnen het sociale economie landschap. Het decreet Lokale Diensten Economie bepaalt dat zij hun opdrachten moeten krijgen van lokale besturen, en op die manier moeten zorgen voor voldoende opdrachten om hun medewerkers zinvol werk te bieden. Het betreffen telkens zogenaamde DAEB (Diensten van Algemeen Economisch Belang) opdrachten die ‘de markt’ niet uitvoert of toch niet onder dezelfde voorwaarden als diegene die het lokaal bestuur er aan stelt op vlak van objectieve kwaliteit; veiligheid; betaalbaarheid; gelijke behandeling of algemene toegang. Op die manier kunnen een LDE-ondernemingen een belangrijk rol spelen in de uitvoering van het lokale sociale beleid. Het is een vraag van de LDE-ondernemingen om in overleg met de lokale besturen hier afgestemde afspraken rond te kunnen maken.

Voorbeelden van wat DAEB kunnen zijn:

‘Klusjesdienst’: de overheid financiert een externe dienstverlener om te voorkomen dat huizen en tuintjes verkommeren bij mensen die zelf niet kunnen (laten) instaan voor het alledaags onderhoud van en rond de woning en voor die dienstverlening omwille van medische, mentale, psychologische reden of handicap en/of omwille van financiële redenen voor deze klussen niet op de markt terecht kunnen (gerechtigd op sociaal tarief), of omdat deze door de markt niet uitgevoerd worden.

‘Kinderopvang’: De Vlaamse Overheid financiert een deel van de reële kostprijs van kinderopvang, om deze zo betaalbaarder te maken (voor mensen met beperkte middelen) en zo bij te dragen tot de algemene toegankelijkheid en de gelijk behandeling. In ruil legt ze kwaliteitsvereisten (minimale vloeroppervlakten, opleidingsniveau van begeleiders …) en veiligheidsvoorschriften op.

 

b.        Overheidsopdrachten. (zie ook MVO actie)

 

Sociale economie kan ook voor andere opdrachten (diensten en werken) een nuttige en zinvolle partner zijn van de lokale besturen, zowel in de uitvoering van het sociale als het algemene beleid. Hoe kunnen lokale besturen extra ondersteund worden om deze win-win te maximaliseren?
Maar ook binnen de taak van een lokaal bestuur om hun inwoners te activeren, schuilt in een nog nauwere samenwerking met sociale economie een grote troef.

 

 

Een duidelijk overzicht van het werkveld van de verschillende actoren in de sociale economie in Zuid-West-Vlaanderen, hun werking en activiteiten.

 

Voor niet ingewijden blijft de sociale economie een onoverzichtelijk kluwen. We proberen te komen tot een begrijpbaar overzicht dat alle partners op een goeie manier situeert. Bij voorkeur is dit overzicht ook bruikbaar om in beeld te brengen wie wat aanbiedt zowel op vlak van inschakelingskansen als op vlak van goederen en diensten.

 

We halen de drempels weg in de regio.

 

Mobiliteit van- naar en tijdens het werk van doelgroepmedewerkers (zie ook MVO actie).

De (potentiële) doelgroepwerknemers van sociale economiebedrijven en andere inschakelingstrajecten, blijft gekenmerkt door een (te) beperkte mobiliteit. Het blijft belangrijk om hier rekening mee te houden bij het organiseren van het aanbod/ het landschap aan ondernemingen en te blijven zoeken naar (structurele) oplossingen. 
Op vlak van dienstverplaatsingen willen we graag meer duurzame keuzes gemaakt zien worden en gaan hier samen naar op zoek.

 

Signaleringsbeleid (verbindingen met Europa, Vlaanderen, de provincie en andere regio's).

De maatschappelijk en beleidsmatige context evolueert voortdurend aan een hoog tempo. Het is voor kleinere organisaties/lokale besturen niet eenvoudig om al die evoluties te volgen, analyseren, implementeren en evalueren. De regisseur/W13/ROSE kan op regionale schaal functioneren als aanspreek- en ankerpunt voor dialoog en belangenbehartiging in relatie tot andere beleidsniveaus en entiteiten.  Mogelijke onderwerpen hierbij kunnen zijn:

 

a.        Pragmatisering van toeleiding van doelgroepmedewerkers.

Sociale economiebedrijven kunnen enkel (doelgroep)medewerkers aanwerven als deze als dusdanig door VDAB (of OCMW) aan hen werden toegeleid. VDAB leidt enkel mensen toe die zij hiertoe ‘geïndiceerd’ hebben. Het is belangrijk dat mensen de indiciering krijgen die het best aansluit bij hun wensen, verwachtingen en mogelijkheden. Het is dan o.a. ook belangrijk dat die indiceringen zo goed als mogelijk afgestemd zijn op de praktijken van de werkvloeren waartoe ze toegang geven (en dus dat de mensen die indiceren voldoende weten over het wat en hoe op die werkvloeren).

 

b.        Streven naar een afschaffing/matiging van de Vlaamse contingentering.

De evolutie van het aantal inschakelingstrajecten (gesubsidieerde tewerkstellingsplaatsen in de sociale economie) wordt centraal gestuurd door de Vlaamse Overheid. Die centrale sturing is niet altijd afgestemd op de concrete lokale situatie. Kunnen we er met gebundelde krachten voor zorgen dat alle potentiële werknemers/gebruikers geholpen kunnen worden?

 

In- en doorstroom van doelgroepmedewerkers.

Op vandaag staan nog te veel schotten tussen de verschillende delen van de sociale economie, die het doorschuiven van medewerkers naar de voor hen best passende werkvorm belemmeren. Om waarlijk ‘op maat’ te werken moeten we op zoek gaan naar praktische/pragmatische oplossingen.

 

 

We zetten in op doelgroepen.

Jongeren met afstand tot de arbeidsmarkt.

Binnen OCMW Kortrijk is 1 op de 2 leefloners tussen de 18 en de 25 jaar.  Dit is een sterke stijging t.o.v. enkele jaren terug.  We zijn er ons van bewust dat een deel van die groep nog studeert en dergelijke meer, maar het zijn toch alarmerende cijfers. De andere OCMW in onze regio geven gelijkaardige signalen.  We willen zicht krijgen op oorzaken en van daaruit remediëringsvoorstellen doen.

 

Interculturaliteit en anderstaligen.

De vluchtelingencrisis heeft geleid tot een toenemende instroom aan nieuwkomers op onze arbeidsmarkt. Een instroom die niet altijd even (direct) inzetbaar is in de bedrijven in onze regio. We bekijken in welke mate sociale economieondernemingen, die op dagelijkse basis mensen helpen re-integreren op de arbeidsmarkt, een ondersteunende rol kan opnemen in de verbinding van taal, cultuur en werkvloeren.  De focus ligt echter veel ruimer dan nieuwkomers alleen.  De anderstaligheid in onze regio is er natuurlijk ook los van de vluchtelingencrisis.  In verhouding met andere regio’s wonen hier bvb veel Franstaligen.  Een indicering om in een maatwerkbedrijf te kunnen gaan werken is voorzien in het Nederlands.  Dat moet anders kunnen.

 

Arbeidszorg als brug tussen zorg en werk.

Arbeidszorg biedt een antwoord voor mensen die zich onderaan de inschakelingsladder bevinden en heeft op die manier de belangrijke taak te voorkomen dat mensen helemaal uit de boot vallen, dan wel mensen een zeer laagdrempelige instap te garanderen. Vanuit een nauwgezet opvolgen van beleids- en maatschappelijke evoluties die worden vertaald naar de lokale context, werken de partners allen samen aan een ruimer, sterker en verankerd aanbod in Zuid-West-Vlaanderen. Dit impliceert ook (blijven) inzetten op samenwerking, verduurzaming (economische leefbaarheid) en methodiekontwikkeling.

 

Re-integratie van langdurig zieken.  (zie ook MVO actie)

De krapte op de arbeidsmarkt en de verwachting dat die onder demografische druk (vergrijzing) nog zal toenemen zorgt er voor dat we niemand aan de kant kunnen laten staan. Dit leidde o.a. bij de Federale overheid tot een grotere aandacht voor de re-integratie van mensen die reeds langdurig ziek zijn. De sociale economie heeft heel wat kennis en vaardigheden in huis om werk en werkposten aan te passen… Welke rol wil/zal de sociale economie (kunnen) opnemen?

 

3.3.3.  Het maatschappelijk verantwoord ondernemen bevorderen.

We hebben er voor gekozen om de impulsen die wij onder MVO catalogeren in het bovenstaande Actieplan te verweven, omdat wij erin geloven dat dat geen losstaande impulsen zijn waarop ingezet wordt.  In de komende 6 jaar lopen enkele zaken gelijktijdig, met jaarlijks een duidelijk ander accent.

Toch willen we enkele grote lijnen eruit lichten en hieronder oplijsten om te duiden dat we zeker voldoen aan de minimale verplichting  van MVO:

·         Mobiliteit van, naar en tijdens het werk van doelgroepmedewerkers
Dit is een duidelijke actielijn waarop we inzetten met veel impulsen betreffende zoeken naar alternatieven en zachtere vervoersmodi zowel voor doelgroepmedewerkers, als voor dienstverplaatsingen.  Bij dit thema alleen al zullen in elk van de komende 6 jaren impulsen te zien zijn.

 

·         Werkbaar werk

Dit is een ruim thema.  Linken hiernaartoe vind je vooral in de stukken over re-integratie van langdurig zieken.
Dit zien we ook als een preventieve oefening: indien structuren succesvol geïnstalleerd kunnen worden willen we er ook verder op inzetten. Op die manier willen we voorkomen dat 'zieken' ook 'langdurig ziek' worden.

 

·         Duurzaamheid - ecologie

Bij de ad-hoc werkgroepen haalden we de werkgroep RASE (Regionale Actie Sociale Energie) reeds aan. 
Hier is het de bedoeling dat SE-organisaties kunnen leren van elkaar op vlak van deze thema's.  In 2020 organiseren we een rondgang die eind 2020 teruggekoppeld wordt aan de ruimere groep ROSE.

 

·         Sociaal aanbesteden - duurzaam aankopen

Onder ‘de sterkere band tussen lokale besturen en sociale economie’ hadden we het uitgebreid over het traject dat we vooral tussen 2020 en 2023 willen uitstippelen om lokale besturen te ondersteunen in hun zoektocht om meer sociaal aan te besteden.

 

3.4. Actieplan concreet

In de uitgebreide Excel in bijlage maken we een duidelijke vertaling van bovenstaande actieplan naar concrete acties. We proberen er ook indicatoren en een timing aan te koppelen.

 

4. Conclusie

De regio Zuid-West-Vlaanderen kent een specifieke situatie op vlak van werk, activering en sociale economie.  De activeringszoektocht van de lokale besturen wordt steeds meer regionaal mee ondersteund.  De Zuid-West-Vlaamse sociale economie organisaties kennen al een sterke traditie van samenwerken en willen hier verder op inzetten.  De voorbije periode zijn zeer veel zaken gegroeid tot waar we ondertussen zijn gekomen. En vanuit input van een zeer divers pallet aan diensten en organisaties is dit ambitieus actieplan tot stand gekomen, waarmee we nóg meer kansen willen bieden aan de mensen met de grootste afstand tot de arbeidsmarkt!